Vorig weekend ging het met schrijven van Midsommar even niet zo lekker. In de dagen daarvoor had ik een best wel belangrijk stuk in het verhaal geschreven en wat daarna moest komen, dat wilde maar niet in mij opkomen. Na een paar pogingen, die gelijk de prullenbak ingingen, ben ik maar gestopt en heb een boek opgepakt. Tijdens het lezen van Podiumbeest van Marjon Weerink, dat overigens echt een goed boek is, kreeg ik mijn eigen manuscript maar niet uit mijn hoofd. Ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik het voor mezelf niet makkelijk maak, simpelweg omdat ik de lat steeds hoger leg. De reacties op God Jul! zijn geweldig positief, daarom wil ik niets liever dan dat verhaal evenaren of zelfs een nog mooier verhaal schrijven. Hoewel ik ook niet in herhaling wil vervallen. Wat ik jullie kan vertellen is dat Midsommar een iets rustiger tempo heeft dan God Jul! en misschien maak ik het mezelf daarmee wel moeilijk.

Toen ik op Instagram bij Written Words meerdere citaten (waarom hebben we het altijd over quotes terwijl het toch echt citaten zijn) van de schilder Claude Monet tegenkwam, was een daarvan een absolute eyeopener.  Even vrij vertaald staat er: "Niemand behalve ikzelf kent de spanning die ik doormaak en de problemen ik mezelf geef... " Ik denk dat iedere kunstenaar dit zal herkennen. 

 

 

Met dit citaat leg ik gelijk een bruggetje (deze is zo toepasselijk en voor jullie nog een compleet raadsel, onthoud het maar) want, in welk eerder verschenen boek van mij komen schilderijen van Claude Monet voor?

Terug naar waarom het verder schrijven aan het manuscript die dagen niet lukte. Tijdens het lezen bedacht ik me dat ik tot nu toe alles in chronologische volgorde geschreven heb, bij God Jul! heb ik het ook op die manier gedaan, maar bij alle negen eerder verschenen boeken deed ik dat niet. Dat leek me de oplossing voor mijn probleem. Gewoon het einde gaan schrijven en dan de tussenliggende tijd opvullen. Maar zoals altijd doet mijn hoofd waar het zelf zin in heeft en ineens wist ik wat ik wilde schrijven, gewoon in chonologische volgorde. Een schrijversbrein is vaak niet te volgen.

Inmiddels ben ik over de 76.000 woorden heen en nee, nog lang niet klaar.

 

In een eerdere blog schreef ik al dat ik jurylid fictie ben voor Boekgoud, de jaarlijkse boekenprijs van Boekscout, de uitgeverij waarbij o.a. Pencarrow is verschenen. Dat is een enorme eer! Een aantal medewerkers van de manuscriptenafdeling en een van de eigenaren van Boekscout hebben uit alle fictie boeken die ze in 2023 hebben uitgegeven een keuze gemaakt. Die drie boeken heb ik thuis gestuurd gekregen en ben ik nu aan het lezen. Nadat ik ze gelezen heb, schrijf ik een leesverslag. Meer kan ik er uiteraard nog niet over vertellen.

 

Liefs,

Esther